De Spinatspätzle of Tiroolse gnocchi met spinazie zijn een echte klassieker uit de Zuid-Tiroolse keuken. Ze zijn heel eenvoudig en vooral heel snel te bereiden en vallen bij jong en oud in de smaak. De traditionele versie wordt geserveerd met een saus van room, gekookte ham en geraspte Parmezaanse kaas, maar je kunt ze nog smaakvoller maken door de gekookte ham te vervangen door speck.
Het beslag voor de Spinatspätzle is heel eenvoudig: gekookte en gepureerde spinazie, eieren, water, nootmuskaat en natuurlijk bloem. Ik gebruik graag de Regiograno speltbloem van Molino Merano, die een lichte nootachtige smaak heeft en de Spätzle nog lekkerder maakt. Bovendien wordt deze bloem gemaakt van granen die uitsluitend in Zuid-Tirol worden geteeld.
Oorspronkelijk werden Spätzle bereid door het beslag op een bevochtigd houten plankje te gieten en met behulp van een speciaal schaafje of mes kleine stukjes eraf te schrapen zodat ze direct in het water vielen. Later zijn er speciale hulpmiddelen ontwikkeld om dit proces te versnellen, de zogenaamde “Spätzlehobel”. Er bestaan verschillende types: sommige lijken op een rasp, met een soort bakje waarin het beslag wordt gedaan en dat heen en weer wordt geschoven zodat de spätzle in het water vallen; andere hebben de vorm van een bord met ronde gaten, dat direct op de pan wordt gelegd en waarin het beslag wordt gegoten en vervolgens met een spatel heen en weer wordt gewreven om het in het water te doen vallen.
Beide zijn geschikt, hoewel de tweede makkelijker schoon te maken is.

